Herinneringen (slot)

Mijn moeder was noch vergevingsgezind, noch wraakzuchtig.

Ze vergaf niet, ze vergat.

Ik ken maar één uitzondering: hoofdonderwijzer Wesdorp van de basisschool in Bergambacht. Toen ik eens teveel praatjes had, zei die: “Je kunt wel zien waar jij vandaan komt”.

Ik vertelde dat mijn moeder.

Haar ogen spoten vuur.

Jaren later moest diezelfde hoofdonderwijzer Wesdorp de school letterlijk als een dief in de nacht verlaten. Hij had een greep in de kas gedaan.

Hém was ze niet vergeten.

Ze vond het natuurlijk lullig voor zijn vrouw en kinderen.

Maar ze kon onmogelijk haar vrolijkheid verbergen.

“Vréselijke vent”, zei ze.

PS. Dit was de laatste ‘Herinnering’ op 99woorden.nl. Wil je naast de 46 hier gedeelde herinneringen ook de overige 53 lezen? Dat kan hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Straatkrant

Mijn moeder kon soms naïef zijn.

Zo wilde ze ooit in Rotterdam, waar ze bij De Bijenkorf werkte, een Straatkrant kopen. Maar ze had niet kleiner dan 25 gulden.

“Dat geeft niet hoor, mevrouw. Ik ga wel even wisselen”.

En wég was de verkoper.

Minutenlang  heeft ze  staan wachten op een man die nooit terugkwam.

Af en toe rakelde ik het voorval op, als ze weer eens iets te nadrukkelijk het goede in een slecht mens benadrukte en ik haar ‘struisvogel’ noemde.

“Hij kan wel een ongeluk hebben gehad”, zei ze dan. “En anders had ie een leuke dag”.

PS. ?

(c) Jan Dijkgraaf

 

Sloan, ma!

Mijn moeder was tegen slaan.

Maar straffen kon ze.

Toen mijn vriend Fred en ik op de lagere school een meisje uit de klas hadden gepest en mijn moeder dat hoorde, spuwden haar ogen vuur.

Ik hoopte op een week zonder zakgeld, een paar uur op mijn kamer of een klap op mijn linkerarm (want áls ze sloeg, voelde je er niks van).

Maar ze voedde liever op.

“Je gaat nú naar dat huis, je belt aan en je biedt haar en haar ouders je excuses aan”, zei ze. “Huphup!”

Sindsdien probéér ik alleen nog naar boven te trappen.

PS. Voor meer: ikweetnogweldat.nl.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Potjandikkie

Soms kon ik voorspellen wanneer mijn moeder zou bellen. En wat ze zou zeggen.

Het gebeurde steevast als ik me in een stukje in een blad of krant boos had gemaakt. Niet een beetje boos, maar heel erg boos. En als ik ondanks mijn -dankzij haar- bovengemiddelde woordenschat echt maar één woord kon vinden om die boosheid met mijn lezers te delen. Wilde vinden.

Een vloek.
Het kon een paar dagen duren, maar dan belde ze. En dan zei ze, na het uitwisselen van de familiaire formaliteiten, altijd hetzelfde.

“Móest dan nou, dat vloeken?”

De opvoeding hield nooit op.

PS. Wil jij het complete verhaal, als cadeautje voor jezelf of een dierbare? Koop het hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Geroddeld

Mijn moeder bemoeide zich nooit met mijn liefdesleven(tje).

Tot ze me op een avond aansprak.

Ik was, als 19-jarige, een paar keer gesignaleerd bij een bloedmooie 38-jarige kunstenares op ons dorp.

Niet alleen tijdens twee interviews die ik samen met een collega van de Schoonhovense Krant met haar man had gehad.

Ook daarna…

Zonder die collega…

Terwijl haar man weg was…

Ze zei dat er over geroddeld werd op dorp. En vroeg of er wat speelde.

“Doe normaal, ma!”

Jaren later vroeg ze er nog eens naar.

Hoe dat nou zat, toentertijd.

Ik kon het niet mooier maken dan het was.

PS. Een echt kerstdingetje.

(c) Jan Dijkgraaf