Deugen politici?

Deugden politici vroeger wel?

Of deugden ze toen ook niet, maar hielden radio, televisie en kranten het goed voor ons verborgen?

Sinds ik de politiek op de voet volg, stel ik me die vragen steeds vaker.

Op mijn optimistische dagen ga ik er van uit dat Joop den Uyl, Hans van Mierlo, Ruud Lubbers en Hans Wiegel (ja, zo oud ben ik al) minder ratterig waren dan de beroepsleugenaars, de plucheplakkers en de marketingbedenksels op wie wij tegenwoordig kunnen stemmen.

Dan is er dus, met andere mensen, misschien nog een weg terug.

Die dagen worden uren.

Die uren minuten.

Politici

Mevr. Lijkenpikker (PvdA).

Mark Rutte houdt van liegen.

Jesse Klaver houdt van #MeToo-doofpotten.

Rob Jetten houdt van boys uit Marrakesh.

Kees van der Staaij houdt van God.

Judith Sargentini houdt van Leo Lucassen.

Frans Timmermans houdt van Frans Timmermans.

Madeleine van Toorenburg houdt van ophef.

Attje Kuiken houdt van lijkenpikkerij.

Pieter Omtzigt houdt van het pluche.

Tunahan Kuzu houdt van dictator Erdogan.

Kajsa Ollongren houdt van Joseph Goebbels.

Gert-Jan Segers houdt van de Farizeeërs.

En Theo Hiddema?

Theo Hiddema houdt van katten.

Dan krijg je toch weer een klein beetje hoop dat het niet allemáál tuig is, die politici.

Een klein beetje.