Rudi’s vuist

Als 12-jarig jochie zat ik voor de televisie om het boksduel tussen Mohammed Ali en Rudi Lubbers te zien.

Er stond geen wereldtitel op het spel, wel geld en prestige.

Lubbers bleef twaalf ronden staan.

Later joeg hij zijn geld er doorheen.

Hij raakte aan lager wal. Kwam in de cel. Leefde als clochard.

De afgelopen weken zijn we doodgegooid met berichten over de toestand van Rudi Lubbers.

En foto’s.

Honderden foto’s.

Op al die foto’s maakte Rudi Lubbers een vuist.

Afgelopen nacht kwam hij aan op Schiphol. Weer met die vuist.

Nu weten we het wel, volgens mij.

 

De straat op

Ik ben absoluut geen actievoerder.

Eén keer in mijn leven ging ik de straat op. In 1975. Met een billbord steunde ik Joe Frazier in zijn ‘Thrilla in Manila’ tegen Mohammed Ali.

Geen idee meer waarom. Misschien wel omdat Ali zichzelf ‘The Greatest’ noemde. Ik heb levenslang een bloedhekel aan arrogantie en was sowieso altijd voor de underdog.

Het sloeg nergens op, die demonstratie.

Ik was de enige.

Morgen demonstreer ik weer. Vreedzaam, wandelend en zingend in een geel hesje. Weer voor de underdog: de Nederlander die het land van ’15 miljoen mensen’ terug wil.

Hopelijk niet als enige.