Dronken

Mijn moeder werd op haar achttiende wees. Een dronken automobilist reed haar moeder dood.

Het verklaarde haar hekel aan drank.

Niet slim van mij dus om op Koninginnedag, ook nog de dag voor mijn havo-examen Nederlands, voor het eerst van mijn leven dronken te worden.

“Ik kan echt niet naar school, ma”, zei ik de volgende ochtend, met een lijkbleek gezicht. “Ik ben ziek. Ik doe wel een her”.

“Je hebt gewoon een kater. Je gáát. En van mijn part blijf je de hele dag misselijk”.

Woedender heb ik haar nooit gezien.

Mijn eerste werd meteen mijn laatste keer…

PS. Koopt Hollandsche Waar.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Een telefoon!

Kerstwinkel 2017

Mijn vader en moeder hadden nooit strijd over wie de telefoon gebruikte.

Mijn moeder had het ding vanaf het moment dat we ergens begin jaren ’70 het nummer 2169 kregen gewoon aan haar oor gelijmd. Geen detail van wat dan ook liet ze in haar ontelbare bijzinnen onbesproken.

Mijn vader had een hekel aan telefoneren. Als je hem tijdens zijn ziekte belde (hij overleed aan kanker) en vroeg hoe het met hem ging, waren er twee mogelijkheden: “goed” of “gaat wel”. En daarna ging het, spreekwoordelijk, over het weer.

Ik mis zowel de 90 minuten als de 90 seconden.

PS. Boekje!

(c) Jan Dijkgraaf

 

De Lada

“Weet u het zeker”, vroeg de autodealer mijn vader.

Ja, hij wist het zeker.

Toen mijn ouders in de jaren ’70 hun eerste echt nieuwe auto kochten, hadden ze in al hun wijsheid besloten dat de kinderen, mijn zusje en ik, de kleur mochten kiezen.

Niet gehinderd door kennis van inruilwaardes (of goede smaak) besloten wij tot iets héél anders dan het toen gebruikelijke beige, bruin, blauw of grijs.

Dus reed mijn vader daarna drie jaar lang vrolijk rond in een fel oranje Lada 1200.

“Beloofd is beloofd”, zei hij.

En bij de volgende kozen ze zelf de kleur.

Beige…

PS. Meer van dit vind je hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Speedboot

Mijn allereerste jeugdherinnering.

Ik was 1. Of 2. Maar hooguit 3.

We woonden in een onbewoonbaar verklaard huisje aan de Oostdijk in Rotterdam. Oud-IJsselmonde. Mijn vader, toen nog timmerman, had in zijn vrije tijd een houten speedboot gemaakt. Hij was er apetrots op. Ik mocht mee op het eerste tochtje achter ons huis, op de Nieuwe Maas. De buren, die er die avond voor waren uitgelopen, en mijn moeder zwaaiden ons uit.

“Doe je voorzichtig, Piet?”, zal ze gezegd hebben.

Of het echt een spéédboot was?

Ik kan het niet meer checken.

Het was in elk geval een boot.

PS. Kersttip!

(c) Jan Dijkgraaf

 

Op dansles

Twee zaken hoorden volgens mijn ouders bij de opvoeding: je rijbewijs halen en dansles.

Met dat eerste was ik het eens.

Het tweede vond ik de hel. Ik had gebrek aan lengte; was kleiner dan het kleinste meisje in mijn groep. Ik had gebrek aan ritmegevoel. En ik had vooral gebrek aan zin. Wie geloofde er nog in de foxtrot, wals en cha cha cha als ie John Travolta had gezien?

Toch lag jarenlang op zolder bij mijn ouders mijn bronzen diploma.

Cadeautje van de dansleraren, die mijn vertrek nog harder vierden dan ik.

En mijn moeder? Trots natuurlijk.

PS. Naar een kerstcadeau hoef je niet meer te zoeken…

(c) Jan Dijkgraaf

 Muziek algemeen