Een made

Hij zat al in de top 3.

Vandaag heeft Hans Nijenhuis, de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, definitief de eerste plaats gepakt.

Jammer voor Hans Laroes, balen voor Peter Vandermeersch, maar Hans Nijenhuis is definitief de grootste ransaap in de Nederlandse journalistiek van dit decennium.

Wie een oproep op Twitter plaatst aan mensen die in de zaal zaten toen cabaretier Youp van ’t Hek onwel werd om “daarover te vertellen”, is geen mens, maar een made.

Wie zo’n tweet later weghaalt en “Sterkte Youp” twittert, is een lafbek bovendien.

Alles voor de pageviews. Wat een bloedhond ben je dan.

De dagelijkse ’99 woorden’ worden mede mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties (Back me) en door incidentele giften (Bunq me).

 

Smeercampagnes

Het Algemeen Dagblad zet oude relgeluiden uit Geldermalsen onder een filmpje dat moet suggereren dat ‘Geertje Wilders’ een stel jonge doorgedraaide imbecielen op Urk inspireerde tot geweld tegen een  Marokkaans gezin.

Bij BNNVARA op Radio 1 wil een columniste 20.000 inwoners van Urk laten verzuipen omdat ze vergiftigd zouden zijn met het racistische gedachtengoed van Geert Wilders.

De politieke tegenstanders van Geert Wilders hoeven weinig te doen om hem zwart te maken; dat doen de zogenaamde ‘onafhankelijke’ media wel voor ze.

Wat die media blijkbaar niet snappen, is dat deze smeercampagnes een keer averechts gaan werken.

Misschien woensdag al.

 

Dialoog #45 Hanina

Lees alle reviews over Sell Your Book, Script, or Column

“Hans, de voorzitter van de redactieraad aan de lijn.”

“O jee!”

“Wanneer je bekend maakt dat je die hoofddoek er uit gooit als columnist.”

“Is er helemaal bij ingeschoten de afgelopen veertien maanden. Drukdrukdruk.”

“Hij zegt dat het nu wel genoeg abonnees heeft gekost. Vandaag, anders komt er een vervelende plenaire redactievergadering.”

“Even een mooie volzin bedenken. Zeg maar dat het goed komt.”

“Hij wil die ‘volzin’ weten.”

“Eh… ‘Je hoopt dat in de loop der tijd een band groeit tussen schrijver en lezer. En soms gebeurt dat niet’. Kan ie daar mee leven?”

“Ja.”

“Tof! Doe ik dat.”