Dilemma

Mijn ouders leerden me altijd netjes antwoord te geven op vragen.

In principe doe ik dat ook.

Al zijn er grenzen.

Wie zuigt, scheldt, zeurt of anderszins tracht mijn levensgeluk te beperken, gooi ik zo spoedig en definitief mogelijk uit mijn leven.

Maar wat ze me nooit leerden is hoe ik moet omgaan met mensen die alleen maar een mededeling doen.

Ik schrijf dan bijvoorbeeld iets over Eva Jinek en krijg als reactie van een volstrekt onbekende: “IK KIJK NOOIT NAAR DAT WIJF!!!!!”

Stel ik zo iemand dan teleur als ik maar gewoon zwijg?

Of is het juist hoffelijk?

De dagelijkse ’99 woorden’ worden mede mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties (Back me) en door incidentele giften (Bunq me).

 

‘Verzoek’

Ik kreeg een verzoeknummer.

Van ene (ik verzin dit niet) @TrustTHEQplan1.

“Ik heb op Twitter info gelezen (wereldpijncafe) dat koningshuisldn freemasons zijn. En dat zijn Jehova getuigen. Verbaasd mij niet en verklaart een hoop. Zou u daar net als ik ook onderzk naar doen, mogelijk artikel over willen schrijven en info verspreiden zodat t volk dat weet?”

Ik antwoordde, uiteraard, met: “Nee, dat doe ik niet.

En  kreeg terug: “Ik dacht al dat je zo was.”

Dus eerst een nette vraag. Met ‘u’.

En dan zo’n vermoeiende gaapsneer. Met ‘je’.

Er is ontegenzeggelijk teveel bezuinigd op de geestelijke gezondheidszorg.

De dagelijkse ’99 woorden’ worden mede mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties (Back me) en door incidentele giften (Bunq me).

 

Zwaar leven

Zelfs dit sujet (a.k.a. ‘de schoolkrantredacteur’) scheldt alleen maar.

“Jij zal zeker ook wel vaak bedreigd worden.”

“Nee.”

“Maar soms toch wel?”

“Nooit. Nou ja, in 1997 nog een keer.”

“Maar je schrijft toch stukjes waarvan ik soms denk: nou eh…”

“Ik word nooit bedreigd.”

“Uitgescholden dan.”

“Dat wel.”

“Dat lijkt me vervelend.”

“Welnee.”

“Hoe ga je daar mee om dan?”

“Ik luister niet. Blocken. Muten. En als ze het midden in mijn gezicht doen: meewarig kijken en weglopen.”

“Doen ze het weleens midden in je gezicht dan?”

“Nee.”

“Maar soms toch wel?”

“Nooit.”

Spannender kan ik het leven van een stukkiestikker in Eesterga niet maken, mensen.

Sorry.