Alles kan

Eerlijk gezegd had ik de hoop opgegeven ooit nog in Feyenoord 1 te voetballen.

Al was het maar omdat ik niet kan voetballen.

Een nummer 1-hit in de Nederlandse Top 40 geloofde ik ook al jaren niet meer in.

Al was het maar omdat ik niet kan zingen.

Zelfs iets simpels als een kind baren, wat de helft van de wereldbevolking kan, was voor mij niet weggelegd, dacht ik.

Al was het maar omdat ik geen vrouw ben.

Zag ik dus verkeerd.

Als je helemaal níets kunt, kun je álles bereiken.

Want wie schrijft het volgendeBoekenweekessay?

Özcan Akyol.

Blaffende hondjes

De Feyenoord-supporters blaffen weer eens.

Over de selectie. Over de directie. Over de trainer. Over de inzet. Over de besloten trainingen. Over het nepbier. Over de verhoogde toegangsprijzen. Over dat nieuwe stadion natuurlijk.

Over dit. Over dat. Over zus. Over zo.

En de mensen die er over gaan, hebben er compleet schijt aan.

Ik vraag me oprecht af waarom die Feyenoord-supporters kansloos blijven blaffen en niet gaan bijten waar het wel zeer doet: in de portemonnee.

Gewoon allemaal je seizoenkaart, het toegangsbewijs tot het volgende kutseizoen, een keertje níet verlengen.

Zul je zien dat je opeens héél serieus genomen wordt.

Feyenoord-gevoel

De cursus ‘Omgaan met Teleurstellingen’ is er bij mij met de paplepel ingegoten. Ik ben immers geboren onder de rook van De Kuip.

Op 14 mei 2017 liepen bij mij en zoon Bob op vak VV de tranen over de wangen toen Dirk Kuyt Feyenoord eindelijk weer eens kampioen maakte. Een vader/zoon-moment waar weinig tegenop kan.

Zaterdag verloor Feyenoord met 3-1 bij PEC Zwolle.

Het deed me geen moer.

Hem evenmin.

Dát is wat Giovanni van Bronckhorst, de beleidsbepalers in De Kuip en te veel Middelmaat op Voetbalschoenen hebben bewerkstelligd.

Ondanks Robin van Persie, de vlag op onze modderschuit.