Háát aan de EU

Ik ben Rotterdammer van geboorte. Jistergeaster. Import-Fries. Nederlander. Europeaan.

Geen EU’er.

Ik háát de EU.

Elke dag een beetje meer.

Gisteren werden op één dag internet vermoord, ww-uitkeringen cadeau gedaan aan profiteurs en er een verplichte snelheidsbegrenzer én een data-tracker in alle nieuwe auto’s ingevoerd.

De grap dat ‘1984’ van George Orwell de gebruiksaanwijzing voor Brussel is bij het modelleren van het Groot Europeesch Rijk is geen grap. Was ook nooit een leuke grap.

Het was een enorm understatement.

De EU gaat veel verder.

En wij, wij zitten met z’n allen te snurken.

Tot het te laat is…

 

Goed geheugen

Een goed geheugen is soms geen pretje.

Ik weet nog goed dat politici zich in 1999 verbaasden over de lage opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Precies 30,0 procent van de kiesgerechtigde Nederlanders nam de moeite.

“Onbegrijpelijk”, zei er eentje. “Steeds meer beslissingen over Nederland worden nu al in Brussel en Straatsburg genomen. Dat wordt alleen maar meer.”

Ik lachte het weg.

De Nederlandse kiezers lachten het weg.

Dat zouden we nog weleens zien.

Het zou zo’n vaart niet lopen.

Wat voel ik me schuldig dat ik destijds zo heb zitten snurken.

Is er een weg terug?