Racisme in je broekje

Mijn moeder was al geen racist toen het nog onnodig was om te zeggen dat je geen racist was.

Halverwege de jaren ’70 kwamen de eerste gezinnen van de gastarbeiders die in de timmerfabrieken in Bergambacht werkten over naar ons land. Toen er een Marokkaans jochie bij mijn zusje in de klas kwam, Benaissa, moest ze hem van mijn moeder direct uitnodigen om bij ons thuis te komen spelen.

“Want anders heeft ie niemand”, zei ze. “En dat vind ik zielig”.

Nú zouden racisten-met-een-kleur haar een ‘helper whitey’ noemen.

Zelf houd ik het op: mijn moeder.

PS. Meer, meer, meer?

(c) Jan Dijkgraaf

 

De hoer spelen

Aan enige verloedering ontkwam ook de keurige straat waar mijn ouders het grootste deel van hun leven woonden niet. De zegeningen van Oost-Europese arbeidsmigratie gingen niet aan Bergambacht voorbij, zullen we maar zeggen.

Mijn moeder zag het met burgerlijke ergernis aan en kon dat soms maar moeilijk verbloemen.

“Ze doen helemaal niks aan hun voortuin, ze maken constant ruzie en als die man niet thuis is, komen er allemaal kerels op bezoek”, zei ze.

“Oh, speelt ze de hoer”, vroeg ik.

“Dat hoeft toch helemaal niet! Jij denkt altijd meteen zo negatief over mensen! Het kan toch familie zijn?”

PS. Wil jij het complete verhaal, als cadeautje voor jezelf of een dierbare? Koop het hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Herinneringen

Mijn buurjongen had zo’n grote waspoederton, waarin ie zijn knikkers bewaarde. Van OMO. Of Dash, daar wil ik van af wezen.

Ik had geen ton nodig.

Want als ik met Arie knikkerde, was zijn ton na afloop een heel klein beetje voller en moest ik naar Speelgoedhandel Slingerland om nieuwe knikkers te kopen.

Zo lagen de verhoudingen.

Ik geloof dat ik nooit ook maar met de kleinste winst naar huis ging.

“Daar leer je van”, zei mijn vader dan, als ik mijn zakgeld weer uitgaf aan nieuwe knikkers.

Dat klopte.

Ik ben later nooit meer een kansloze strijd aangegaan.

PS. Wil jij het complete verhaal, als cadeautje voor jezelf of een dierbare? Koop het hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Herinneringen

Sint Cadeauwinkel

Van zijn 29ste tot hij met VUT ging, werkte mijn vader bij Timmerfabriek Bouter & Zn. in Bergambacht.

Hij kon er zijn ei kwijt en hield van zekerheid.

Eén keer overwoog hij te vertrekken. De Vries in Gorredijk wilde hem hebben.

Mijn moeder vroeg mijn zusje en mij wat wij er van zouden vinden als we naar Friesland gingen verhuizen. “Als jullie het niet willen, doen we het niet, hoor”, zei ze.

Het was wel duidelijk welk antwoord mijn moeder, met haar geliefde familie in de buurt, wilde horen.

En dat kreeg ze natuurlijk ook.

Mijn vader belde af.

PS. Past precies in een schoen!

(c) Jan Dijkgraaf

 

Herinneringen

Mijn eerste auto was een tien jaar oude VW Kever 1200 met 50.000 kilometer op de teller. Voor 500 gulden gekocht van de burgemeester van Bergambacht, die geen reislustig type was.

Als student met kleine beurs en matig betalende bijbaan (sportstukkies tikken voor de Schoonhovense Krant, 30 gulden per wedstrijdverslag) kon ik ‘m maar met moeite blijven betalen. Eigenlijk: niet. Toen er van de bank een brief kwam en ik met de billen bloot moest, stelde mijn vader me voor de keuze.

“Je verkoopt die auto, of je gaat voortaan kostgeld betalen”.

Ik maakte er nog 400 gulden winst op.

Dat dan weer wel.

PS. Voor in de schoen?

(c) Jan Dijkgraaf