Blaffende hondjes

De Feyenoord-supporters blaffen weer eens.

Over de selectie. Over de directie. Over de trainer. Over de inzet. Over de besloten trainingen. Over het nepbier. Over de verhoogde toegangsprijzen. Over dat nieuwe stadion natuurlijk.

Over dit. Over dat. Over zus. Over zo.

En de mensen die er over gaan, hebben er compleet schijt aan.

Ik vraag me oprecht af waarom die Feyenoord-supporters kansloos blijven blaffen en niet gaan bijten waar het wel zeer doet: in de portemonnee.

Gewoon allemaal je seizoenkaart, het toegangsbewijs tot het volgende kutseizoen, een keertje níet verlengen.

Zul je zien dat je opeens héél serieus genomen wordt.

 

Rudi’s vuist

Als 12-jarig jochie zat ik voor de televisie om het boksduel tussen Mohammed Ali en Rudi Lubbers te zien.

Er stond geen wereldtitel op het spel, wel geld en prestige.

Lubbers bleef twaalf ronden staan.

Later joeg hij zijn geld er doorheen.

Hij raakte aan lager wal. Kwam in de cel. Leefde als clochard.

De afgelopen weken zijn we doodgegooid met berichten over de toestand van Rudi Lubbers.

En foto’s.

Honderden foto’s.

Op al die foto’s maakte Rudi Lubbers een vuist.

Afgelopen nacht kwam hij aan op Schiphol. Weer met die vuist.

Nu weten we het wel, volgens mij.

 

Feyenoord-gevoel

De cursus ‘Omgaan met Teleurstellingen’ is er bij mij met de paplepel ingegoten. Ik ben immers geboren onder de rook van De Kuip.

Op 14 mei 2017 liepen bij mij en zoon Bob op vak VV de tranen over de wangen toen Dirk Kuyt Feyenoord eindelijk weer eens kampioen maakte. Een vader/zoon-moment waar weinig tegenop kan.

Zaterdag verloor Feyenoord met 3-1 bij PEC Zwolle.

Het deed me geen moer.

Hem evenmin.

Dát is wat Giovanni van Bronckhorst, de beleidsbepalers in De Kuip en te veel Middelmaat op Voetbalschoenen hebben bewerkstelligd.

Ondanks Robin van Persie, de vlag op onze modderschuit.

 

Johan en Seada

U heeft mij nog niet gehoord over Johan Derksen, die op rapport moet komen bij D66-minister Ingrid van Engelshoven. Omdat-ie weer eens een lompe voetbalkantine-opmerking over homo’s maakte op tv.

U heeft mij ook niet gehoord over Seada Dingeshussen, die gestopt is als columniste bij Trouw. Eerst beweerde ze: vanwege racistische reacties op haar columns. Maar inmiddels blijkt: omdat die doodgoeie, oerdegelijke Trouw-redactie haar niet behandelde alsof ze Winnie Mandela zelve was, maar gewoon als iemand die een stukkie tikte daarvoor geld krijgt.

Ik kots namelijk van die selectieve verontwaardiging, respectievelijk politiek correcte kontkruiperij.

Doe eens normaal allemaal.

 

De straat op

Ik ben absoluut geen actievoerder.

Eén keer in mijn leven ging ik de straat op. In 1975. Met een billbord steunde ik Joe Frazier in zijn ‘Thrilla in Manila’ tegen Mohammed Ali.

Geen idee meer waarom. Misschien wel omdat Ali zichzelf ‘The Greatest’ noemde. Ik heb levenslang een bloedhekel aan arrogantie en was sowieso altijd voor de underdog.

Het sloeg nergens op, die demonstratie.

Ik was de enige.

Morgen demonstreer ik weer. Vreedzaam, wandelend en zingend in een geel hesje. Weer voor de underdog: de Nederlander die het land van ’15 miljoen mensen’ terug wil.

Hopelijk niet als enige.