Gewoon toegeven

Hoooooiiiiii, Halsema’tjes!

Ik had beter niet kunnen meewerken aan die reportage met die Ajax-auto bij De Kuip. Want toen zat ik een tijdje in een cel en moest ons gezin onderduiken.

Ik had beter niet bij PowNed kunnen gaan werken. Want ik was totaal ongeschikt voor die wereld en het deed mijn bloeddruk geen goed.

Ik had beter geen lijstrekker van GeenPeil kunnen worden. Want ik was een schoenmaker ver van zijn leest en het kostte ons klauwen met geld.

Maar ik deed het wel en droeg de consequenties.

Zo moeilijk is het toch niet, je fouten gewoon toegeven?

De dagelijkse ’99 woorden’ worden mede mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties (Back me) en door incidentele giften (Bunq me).

 

Elf jaar

Vanavond is het elf jaar geleden dat mijn vader zijn laatste vier woorden uitsprak.

“Het is goed zo.”

Elke dag ga ik nog door de hoge schuifdeuren die hij, inmiddels ziek, ergens in 2007 ontdeed van honderden spijkertjes en klaar maakte voor hergebruik in ons toen nieuwe huis. En loop ik langs zijn gereedschapskist met zorgvuldig geconserveerd gereedschap, deels nog van toen hij in de jaren ’40 op de Ambachtsschool zat.

Elf jaar.

Lang geleden?

In mijn geheugen eerder gisteren.

En dagelijks realiseer ik me: genieten!

Want voor je het weet, zeg je zelf dat het “goed zo” is…

 

102.000 namen

Vanaf 2007 beijvert het Auschwitz-comité zich voor de komst van een Namenmonument in Amsterdam.

Vandaag veegde de rechter de laatste bezwaren van omwonenden van tafel. Op 1 oktober 2019 kan worden begonnen met de bouw van een ‘doolhof’ van in totaal zo’n 400 meter muur, dat wordt opgebouwd uit ruim 102.000 stenen met namen- en geboortedata van tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joden, Sinti en Roma.

Als de omwonenden althans niet doorprocederen bij de Raad van State.

Is de ‘not in my backyard’-reflex toch sterker dan de nagedachtenis van hen die voor drie knaken kopgeld verraden werden?

Lieve stad.

 

Taalnazi

“Liggen, niet leggen”.

“Mijn, niet me”.

“Beter dán, niet beter als”.

Decennia voor het woord ‘taalnazi’ ontstond, was mijn moeder er al eentje. Tot vervelens toe kon ze me corrigeren als ik taalfouten maakte. Ik ergerde me er soms dood aan, zeker als ze het in gezelschap deed, maar ze bereikte wel haar doel.

Want om dat eeuwige gezeik te voorkomen, deed ik mijn best maar.

Jaren later, als ze weleens belde met een taalvraag, zei ze dan: “Je verdient er nu wel mooi je brood mee”.

En dan hoorde ik mijn vader denken: zo leg dat wel, ja.

Naschrift: Vandaag precies twee jaar geleden stopte ze definitief met corrigeren.

 

Deugen politici?

Deugden politici vroeger wel?

Of deugden ze toen ook niet, maar hielden radio, televisie en kranten het goed voor ons verborgen?

Sinds ik de politiek op de voet volg, stel ik me die vragen steeds vaker.

Op mijn optimistische dagen ga ik er van uit dat Joop den Uyl, Hans van Mierlo, Ruud Lubbers en Hans Wiegel (ja, zo oud ben ik al) minder ratterig waren dan de beroepsleugenaars, de plucheplakkers en de marketingbedenksels op wie wij tegenwoordig kunnen stemmen.

Dan is er dus, met andere mensen, misschien nog een weg terug.

Die dagen worden uren.

Die uren minuten.