Taalnazi

“Liggen, niet leggen”.

“Mijn, niet me”.

“Beter dán, niet beter als”.

Decennia voor het woord ‘taalnazi’ ontstond, was mijn moeder er al eentje. Tot vervelens toe kon ze me corrigeren als ik taalfouten maakte. Ik ergerde me er soms dood aan, zeker als ze het in gezelschap deed, maar ze bereikte wel haar doel.

Want om dat eeuwige gezeik te voorkomen, deed ik mijn best maar.

Jaren later, als ze weleens belde met een taalvraag, zei ze dan: “Je verdient er nu wel mooi je brood mee”.

En dan hoorde ik mijn vader denken: zo leg dat wel, ja.

Naschrift: Vandaag precies twee jaar geleden stopte ze definitief met corrigeren.

 

Deugen politici?

Deugden politici vroeger wel?

Of deugden ze toen ook niet, maar hielden radio, televisie en kranten het goed voor ons verborgen?

Sinds ik de politiek op de voet volg, stel ik me die vragen steeds vaker.

Op mijn optimistische dagen ga ik er van uit dat Joop den Uyl, Hans van Mierlo, Ruud Lubbers en Hans Wiegel (ja, zo oud ben ik al) minder ratterig waren dan de beroepsleugenaars, de plucheplakkers en de marketingbedenksels op wie wij tegenwoordig kunnen stemmen.

Dan is er dus, met andere mensen, misschien nog een weg terug.

Die dagen worden uren.

Die uren minuten.

 

She Was There

De Nacht van de Vluchteling-wandeltocht vertrekt toch niet van Kamp Westerbork.

Volgens de organisatoren “wegens bedreigingen uit joods-extremistische hoek”. Ik ken heel wat hoeken in Nederland, maar die niet. Maar ze gaan die beschuldiging vast nog staven met aangiftes bij de politie.

Ondertussen ontploft D66-Kamerlid Jan Paternotte. Die vindt blijkbaar dat er geen betere plek is voor die wandeltocht omdat, ik citeer, “Westerbork de laatste Nederlandse verblijfplaats van Anne Frank was”.

Laat dat even goed op je inwerken.

Hedendaagse asielzoekers, zoals die We Are Here-kneuzen, vergelijken met een op transport gezet joods meisje.

Dan ben je echt volkomen mesjogge.

 

Ordinaire reclame

Zo schrijf je af en toe een boek. Zo geef je je eigen boeken uit. En zo ben je uitgever van andermans boeken.

Een thriller nog wel.

Moord in de Koopgoot, van Rob Vente.

Voor ouderen: de zoon van Leen.

Voor jongeren: de zoon van de broer van de opa van Dylan.

Voor mij: een gewaardeerd oud-collega van het Rotterdams Nieuwsblad die, nadat hij de voetbaltribunes (en achterliggende etablissementen) verliet, verdomd leuke boeken met een Rotterdamse invalshoek is gaan schrijven.

Die ik nu mag uitgeven.

En dat bezorgt me een warm gevoel van binnen.

Dus koop dat boek, Rotterdammers.

 

Gereedschapskist

Toen mijn moeder in 2017 overleed, kreeg ik de laatste gereedschapskist van mijn vader.

Mijn vader was heel zuinig op zijn spullen. Netjes. Systematisch. Bakje voor dit, bakje voor dat.

Wij zijn zo niet. Wij flikkeren het gereedschap dat we gebruikt hebben ergens op de grote hoop. En als we iets nodig hebben, zijn we meer tijd aan het zoeken dan aan het klussen. Of halen we even nieuw, bij de bouwmarkt.

Onlangs opende ik de gereedschapskist van mijn vader. En gisteren gebruikte ik ‘m voor het eerst.

Ik moest slikken.

En beloofde mezelf plechtig ‘m netjes te houden.