In elkaar slaan

Toch nog even zitten denken aan die woorden van premier Mark Rutte.

“Ik zou ze het liefst allemaal persoonlijk in elkaar slaan die lui…”

Hoort een premier natuurlijk niet te zeggen.

Hoort niemand te zeggen.

Maar ben ik zonder zonde?

Wat is mijn eerste gedachte als ik Frans Timmermans zich zie gedragen alsof hij de unaniem verkozen leider van de vrije westerse wereld is? Als ik dat zelfingenomen smoelwerk van Alexander Pechtold zie? Als ik Judith Sargentini een democratisch gekozen leider van een land de maat hoor nemen alsof het een brutaal kutkind is in haar kleuterklas?

Het liefst…

 

Gutmenschen?

Ik ken mensen die niet kunnen wachten tot ze een warmtepomp mogen kopen. Die vinden dat sterke, stoere negers die een plekje op de watertaxi tussen Afrika en Europa hebben gekocht hier de rest van hun leven gratis huis, gratis zorg en gratis geld verdienen. Die aangifte doen tegen politici vanwege een mening. Die moeiteloos hebben geschakeld van ‘blank’ naar ‘wit’. Die zich een schuldgevoel laten aanpraten voor wat hun voorouders vier eeuwen geleden níet geflikt hebben met slaven. Die -laatste modegril!- spreken over ‘vliegschaamte’, want CO2 enzo.

We noemen zulke mensen ‘Gutmenschen’.

Mij lijkt ‘Wappies’ een betere naam.

 

Negen over vijf

Als ik vroeger mijn vader voor gek verklaarde omdat hij steevast om zes uur wakker was (ook op zondag), zei hij: “Je kunt nog lang genoeg dood zijn.”

Ik heb ‘m inmiddels overtroffen.

Er gaat geen dag voorbij of ik ben om negen over vijf wakker.

Of eerder.

Dan beginnen de radertjes in mijn hoofd meteen te draaien en kan ik kiezen tussen woelen in bed en proberen door te slapen of opstaan en aan de slag gaan.

Ik kies steevast het laatste.

“Veel gedaan vandaag” vind ik nou eenmaal fijner dan “Uuuuuuuuren wakker gelegen”.

Ben ik dan raar?

 

Zwaar leven

Zelfs dit sujet (a.k.a. ‘de schoolkrantredacteur’) scheldt alleen maar.

“Jij zal zeker ook wel vaak bedreigd worden.”

“Nee.”

“Maar soms toch wel?”

“Nooit. Nou ja, in 1997 nog een keer.”

“Maar je schrijft toch stukjes waarvan ik soms denk: nou eh…”

“Ik word nooit bedreigd.”

“Uitgescholden dan.”

“Dat wel.”

“Dat lijkt me vervelend.”

“Welnee.”

“Hoe ga je daar mee om dan?”

“Ik luister niet. Blocken. Muten. En als ze het midden in mijn gezicht doen: meewarig kijken en weglopen.”

“Doen ze het weleens midden in je gezicht dan?”

“Nee.”

“Maar soms toch wel?”

“Nooit.”

Spannender kan ik het leven van een stukkiestikker in Eesterga niet maken, mensen.

Sorry.

 

Gun mij m’n verzetje

Een WhatsApp-bericht.

“Domme aandachtstrekker je gaat voor je eigen ego en helemaal niet voor de gele hesjes domme aap,”, gevolgd door negen opgestoken middelvinger-emoticons.

Ik plaatste een foto van het bericht op Twitter, om aan te tonen dat ik ondanks mijn goddelijke lichaam en hart van goud heus niet alleen liefdesbrieven van allerlei lekkere wijven krijg.

Vervolgens dreigde de schrijver me via-via voor de rechter te slepen als ik niet stopte met “zijn telefoonnummer aan mensen te geven”.

Blijkbaar iemand die net zoveel hersencellen heeft als komma’s op zijn toetsenbord.

Ben ik slecht als ik daar lol om heb?