Rillingen van Roethof

Als ik Gerald Roethof hoor en zie spreken aan die talkshowtafels, lopen de rillingen me elke keer over de rug.

De advocaat van Jos Brech, de man die verdacht wordt van de verkrachting van en moord op Nicky Verstappen in 1998, voelt aan alle kanten fout.

Die blik.

Die stem.

Die constante correcties van andere sprekers.

Die woorden.

Die kilte, vooral.

Brrrrrrrrr…

Je zou er bijna sympathie van krijgen voor de pr-man van de familie Verstappen, Peter R. de Vries. Bijna…

Maar ik weet één ding zeker: als ik óóit een strafrechtadvocaat nodig heb, bel ik onmíddellijk Gerard Roethof.

 

Minister-president Klaver?

“In 2023 ben ik premier”.

Jesse Klaver zei het echt.

De voorknul van GroenLinks heeft in het programma ‘Vijf jaar later’ aangekondigd dat hij over vijf jaar in het Torentje zit.

Na Rutte, de Buiglaaf van Brussel, krijgen we als het aan Klaver ligt de Koning van de Klimaatfaillissementen. Of, zo u wilt, de Opjager van de Omvolking.

Het Rekenwonder uit Roosendaal als premier van Nederland – het is een nachtmerriescenario waarin je je ergste vijand nog geen rolletje gunt. Laat staan je kinderen en kleinkinderen.

Maar ja, Pim Fortuyn zei ooit ook eens zoiets.

Die werd het ook niet.

 

Mijn vaders verjaardag

Mijn vader zou vandaag 84 geworden zijn. 

Ware het niet dat hij er in 2008 tussenuit piepte.

Zijn vader werd op zijn tachtigste dement. Zijn moeder werd op haar tachtigste dement. Zijn zus werd op haar tachtigste dement.

Mijn vader was als de dood dat ook hij dement zou worden op zijn tachtigste.

Kanker voorkwam dat.

Hij werd maar 73.

Zijn laatste woorden waren, op een ziekenhuisbed in Gouda: “Het is goed zo”.

Maar het was helemaal niet goed.

Misschien wel beter, omdat die klootzak van een Alzheimer hem nooit bereikte.

Maar niet goed.

Juist kut.

Nog altijd kut.

 

Ik was 10… het was 1972…

In de vierde klas van de lagere school (er bestond nog geen basisschool) gebeurde het voor het laatst.

“Jantje Zeikgraag! Jantje Zeikgraag! Jahantje Zeikgraag!!”

Meester Van Leer keek de spreker dan meewarig aan, met zo’n blik van: heb je echt niks beters?

Ik was toen 10.

Het was 1972.

We zijn inmiddels 46 jaar verder.

En vandaag gebeurde het weer.

De hoofdredacteur van NRC Handelsblad (NRC Handelsblad!!!) twitterde over ‘Jan Dijklul’. Want in zijn krant stond boven een stukje de kop ‘Jan Dijklul’ en hij had clicks nodig op internet.

Wat ben je als voormalige kwaliteitskrant dán diep gezonken.

 

Noem jij mij wit?

Zelf kan ik niet zo veel, maar ik heb wel een paar geniale vrienden.

Zoals reclamemaker Jan Bennink.

Hem is ook opgevallen dat Nederlandse staatsomroepen en andere bruinearmmedia in no time de huidskleur ‘blank’ aan het vervangen zijn door ‘wit’, omdat een klein groepje zelfbenoemde Social Justice Warriors dat wil.

Jan houdt niet zo van buigen voor drammers.

Ook niet van racisten.

Dus bedacht hij de leus: ‘Noem je mij wit? Dan blijf ik geen lid!

Heerlijk!

Als alle blanken nou eens al die abonnementen opzeggen, is het zo over met die onzin.

Want ze zijn allemaal te koop…