Straatkrant

Mijn moeder kon soms naïef zijn.

Zo wilde ze ooit in Rotterdam, waar ze bij De Bijenkorf werkte, een Straatkrant kopen. Maar ze had niet kleiner dan 25 gulden.

“Dat geeft niet hoor, mevrouw. Ik ga wel even wisselen”.

En wég was de verkoper.

Minutenlang  heeft ze  staan wachten op een man die nooit terugkwam.

Af en toe rakelde ik het voorval op, als ze weer eens iets te nadrukkelijk het goede in een slecht mens benadrukte en ik haar ‘struisvogel’ noemde.

“Hij kan wel een ongeluk hebben gehad”, zei ze dan. “En anders had ie een leuke dag”.

PS. ?

(c) Jan Dijkgraaf

 

Een omgebouwde

Mijn vader en moeder keken nogal verschillend naar de wereld.

Kwamen we in Rotterdam een op te hoge hakken strompelend persoon in een jurk tegen met baardgroei, forse adamsappel en stuitend gebrek aan talent voor visagie, dan wachtte mijn vader netjes tot de afstand groot genoeg was.

En dan zei ie droogjes: “Een omgebouwde”.

En mijn moeder: “Piet! Moet dat nou?”

Hij hield van duidelijkheid, zij van de kerk in het midden.

Ze corrigeerde ‘m wel.

“Travestiet”.

En dan zei ie bij de volgende travestiet: “Een vent in een jurk”.

Dat LGHTBQI-gedoe had ie niet getrokken, denk ik.

PS. Wil jij het complete verhaal, als cadeautje voor jezelf of een dierbare? Koop het hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Naar De Kuip

Sint Cadeauwinkel

 

Op mijn zestiende reed ik met mijn 10-jarige zusje achterop mijn Puch van Bergambacht naar De Kuip.

Ze wilde ook weleens een voetbalwedstrijd zien.

Ik heb geen flauw idee meer tegen wie Feyenoord die middag speelde. Ik weet wel dat ze niet verloren, want Feyenoord verloor dat seizoen nul keer thuis.

“Vind je het leuk, Peet”, vroeg ik.

“Ja, hoor, heel leuk”.

Maar even later bleek dat ze toch meer interesse had in de ambiance, haar drinken en haar snoep, dan in het voetbal. Want halverwege de tweede helft riep ze opeens uit: “Hé Jan, ze hebben keepers geruild!”

PS. Koop dat boek, mensen.

(c) Jan Dijkgraaf