Ruzie

Mijn moeder hield niet van ruzie.

Ook niet als het eigenlijk meningsverschillen waren. Zoals de politieke discussies tussen mijn opa en mijn vader. En die tussen mijn vader en mij.

Wij dachten er de geest mee te slijpen. Zij kon er niet tegen.

Ze ontwikkelde een manier om te doen of ze die gesprekken niet hoorde. Kon midden in een zin van de een of de ander vragen wie er koffie wilde. Of beginnen over het weer.

Het leverde haar de bijnaam ‘de struisvogel’ op.

“Liever een struisvogel dan al dat geruzie”.

“Het is geen ruzie, ma!”

“Iemand koffie?”

PS. Kerstcadeautje!

(c) Jan Dijkgraaf