Leugenaar

Ik heb geleerd dat je niet moet liegen.

Mijn moeder kon desondanks vol trots vertellen over die ene keer dat ze zelf gelogen had.

Tegen mij.

“Je zei: ‘Ik lust geen groentesoep’. En toen zei ik: ‘Het is ook geen groentesoep, het is Gemüsesoep. Die lust je wel’. En als ik dan als je bord leeg was vroeg of het lekker was, zei je: ‘Heerlijk!’.”

“En een week later kreeg ik zeker weer ‘Gemüsesoep’”, vroeg ik.

Een inkoppertje, want in de keuken was mijn moeder niet echt een ster.

Wat beviel, bleef.

Al kwamen er later goddank wel soepkommen…

PS. Het ideale decembercadeautje!

(c) Jan Dijkgraaf

 

Mies en Dave

“Vroeger zeiden ze altijd dat ik op Corry Brokken leek”.

“Op wie, ma?”

“Of op Mies Bouwman”.

“Mmm, ja, snap ik wel een beetje”.

Tegen de volgende generatie, onze kinderen, zei ze weer precies hetzelfde. En als ze dan glazig werd aangekeken, volgde er achteraan: “Die kennen jullie natuurlijk niet, maar die waren vroeger heel beroemd”.

Ik denk dat mijn vader het honderd keer gehoord heeft.

Mijn vader, die volgens mijn jongste zoon trouwens op Dave von Raven van The Kik leek.

Maar dat heeft ie zelf nooit geweten.

Want toen The Kik kwam, was mijn vader al weg.

PS. Meer, meer, meer!

(c) Jan Dijkgraaf

 

Een omgebouwde

Mijn vader en moeder keken nogal verschillend naar de wereld.

Kwamen we in Rotterdam een op te hoge hakken strompelend persoon in een jurk tegen met baardgroei, forse adamsappel en stuitend gebrek aan talent voor visagie, dan wachtte mijn vader netjes tot de afstand groot genoeg was.

En dan zei ie droogjes: “Een omgebouwde”.

En mijn moeder: “Piet! Moet dat nou?”

Hij hield van duidelijkheid, zij van de kerk in het midden.

Ze corrigeerde ‘m wel.

“Travestiet”.

En dan zei ie bij de volgende travestiet: “Een vent in een jurk”.

Dat LGHTBQI-gedoe had ie niet getrokken, denk ik.

PS. Wil jij het complete verhaal, als cadeautje voor jezelf of een dierbare? Koop het hier.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Over de band

Mijn moeder klaagde nooit over het feit dat ik haar deur niet platliep.

“Nu je zelf kinderen hebt, hoef je echt niet meer op moederdag te komen, hoor…”

“Jullie hebben nu je eigen gezin…”

“Je hebt het heel druk met je werk…”

“Jullie wonen ver weg…”

“Op de momenten dat het nodig is, zijn jullie er altijd…”

“Ik ben veel liever af en toe een paar dagen bij jullie in Friesland…”

Ze was een meester in het wegmasseren van mijn schuldgevoel.

Maar soms kon ze zomaar beginnen over een buurvrouw die haar zoon nooit zag.

Biljarten over de band…

PS. Het hele verhaal lezen?.

(c) Jan Dijkgraaf

 

Herinneringen

Hoe vrouwen er naakt uitzagen, wist ik als vier-, vijfjarige wel. Niet omdat we de leesmap hadden; want die hadden we niet. Mijn moeder was thuis, in haar loopje tussen badkamer en kledingkast, gewoon niet zo moeilijk.

Maar mijn vader, matineus typje, was altijd al aangekleed als ik wakker werd. En preutser.

Dus toen er tijdens een van onze bezoeken aan het zwembad van Bergambacht geen individuele kleedhokjes vrij waren en we wel moesten omkleden in het grote mannenkleedhok, schrok ik me kapot.

“Pap! Groeien er bij mannen ook haren op?”

Hard gelach.

En een vader met een rood hoofd.

PS. Het ideale Sinterklaascadeautje.

(c) Jan Dijkgraaf